Homeopathie
Hahnemann, de grondlegger van de homeopathie, was vertaler van medische boeken. Tijdens het vertaalwerk viel hem op dat stoffen die werden gebruikt om medicijnen van te maken, bij gezonde mensen gelijksoortige ziektes konden opwekken, dus ziektes met dezelfde symptomen als waarvoor ze moesten genezen. Dit bracht hem op het idee om een proefje te doen. In de boeken las hij dat kinine malaria zou genezen omdat het bitter smaakt. Hij besloot het zelf eens te gaan slikken om te kijken wat er zou gebeuren. Vervolgens kreeg hij alle symptomen van malaria. Het bracht hem op de basis van de homeopathie: Hij ging deze proef verder uitbreiden en proefpersonen allerlei stoffen toedienen, waarbij hij hun reactie nauwkeurig omschreef. Omdat mensen hiervan soms echt ziek werden, besloot hij de dosering te gaan minderen. De mensen werden er minder ziek van maar de stof werkte niet zo krachtig meer bij zieken met dezelfde klachten. Toen hij de stof tussendoor ook is gaan schudden bleek de genezende werking op te treden. Zo was homeopathie geboren. De grondstof van een homeopathisch middel is niet alleen verdund maar ook geschud, of gepotentieerd zoals dit wordt genoemd.
Mensen en dieren beschikken over een zelfregulerend herstelvermogen. Elke dag worden we bijna constant blootgesteld aan allerlei stimulansen en biedt onze dynamiek genoeg mogelijkheden om daar goed op te reageren en het evenwicht te herstellen, zonder merkbare effecten.
Het afweersysteem zorgt dat we niet bij iedere aanwezigheid van een virus ziek worden. In de homeopathie wordt deze levenskracht als de essentie van het leven gezien. Het is het vlak waarop zowel ziekte ontstaat als waaruit het verdedigingsmechanisme ontspringt.
Ziekte is het niet-welbevinden van lichaam of geest. Ziekte is het resultaat van een ziekmakende prikkel die aanhaakt op een aanwezige vatbaarheid. Deze uitlokkende oorzaak kan o.a. een micro-organisme zijn, een vreemde scheikundige stof, een emotionele schok, een medicament of een vaccinatie.
Er moet een vatbaarheid zijn om een bepaalde ziekte te kunnen krijgen. Deze vatbaarheid is een zwaktetoestand van het verdedigingsmechanisme waardoor een lagere gezondheidstoestand behouden blijft. Als ons afweersysteem tekort schiet wordt ons verdedigingsmechanisme ingeschakeld en begint men symptomen te voelen op een of meerdere niveaus. Voordat die symptomen zich ontwikkelen is er een latente periode, een incubatietijd, waarin het lichaam probeert de effecten in de hand te houden. Afhankelijk van de omstandigheden kan deze periode uren (griep), dagen (bacteriële infecties), weken (hepatitis), of zelfs maanden duren (door een emotionele stress zes maanden later astma ontwikkelen).